woensdag 4 juni 2014

Een gewone dag.

'Koffie' pauze

Gelukkig is voor mij vroeg opstaan nooit een probleem geweest. Om om half 8 in Amsterdam te kunnen beginnen, moest ik er altijd al vroeg uit. Hier ben ik ook meestal al voor 6 uur op. Het mooiste moment van de dag. Alles nog lekker fris, begin ik de dag rustig met een rondje door mijn moestuin. Het geoogste ochtendplasje verdun ik in een wijnfles en schenk bij de bietjes en uien. Gelukkig is er hier redelijk brood te krijgen en kan ik ontbijten met een paar boterhammen met honing en jam en de papaja’s in mijn tuin zijn nu ook rijp.

Om tien over 7 gaat de laptop in de rugzak en loop ik naar het Prison Hoofdkwartier, ongeveer twintig minuten bergop. Om half 8 staat de deur open en is het kantoor al aangeveegd. Vaak begint de dag met een gesprek met mijn ‘line-manager’ de Prison farmmanager om elkaar op de hoogte te houden van ontwikkelingen. Mijn werk hier is, misschien meer dan je zou verwachten, kantoorwerk. Veel achter de lap-top en telefoon. Contacten leggen met mogelijke partners, coördineren en adviseren. Waar mogelijk kijken we bij gevangenissen in de buurt hoe de zaken met tuinieren en de zaken daaromheen staan. Ook besteed ik relatief veel tijd aan administratie en regelwerk voor VSO. Huurcontracten, vervoer, medische zaken, veiligheid vallen onder de VSO verantwoordelijkheid.

Een kleine cultuurschok was het wel om te ontdekken dat er geen mogelijkheid is om tijdens het werk aan een kop koffie of thee te komen. In de loop van de dag komen er wel een aantal koopvrouwen het terrein op en daar wordt vaak in groepjes wat gegeten. Ze hebben vaak pinda’s, bananen, komkommer, tomaat en avocado in de aanbieding. Lunch regelt ieder op zijn eigen manier. Ik loop, om 12 uur, graag even naar huis voor een paar boterhammen, maar je kunt ook net buiten het terrein wat te eten kopen en sommige collega’s kopen samen in en laten gevangenen dan op een houtvuurtje nsima en ‘relish’ klaarmaken.
Gevangen maken lunch

’s Middags weer van twee tot half 5 op kantoor en dan naar huis om nog even wat te kopen voor het avondeten. Boodschappen in Zomba doe ik vaak op zaterdag of woensdagmiddag want dan wordt er door het personeel, min of meer verplicht, gesport. Dat houdt vaak in dat er, in het gelid en in looppas, door het dorp gehold wordt. Daarvoor heb ik mezelf op grond van een leeftijdsindicatie en sportallergie vrijstelling verleend.
Malawische friettent

VSO betaald voor ieder huis waar VSO’ers wonen een nachtwaker. De mijne heet John en hij komt rond half 5. John woont zo’n 10 km van mijn huis en komt op de fiets. We kletsen wat op de waranda en spelen een potje Bao. Een leuk spel, maar ik moet nog wel wat ervaring opdoen om te kunnen winnen. Ik kook natuurlijk dagelijks. Er is hier veel groente te krijgen, ook aardappels en vlees (geit, varken) is ook geen probleem. Ik weet nu wel waar alles te krijgen is en twee keer per week brengt een boer uit de buurt 2 liter melk waar ik soms yoghurt van maak. Dat gaat prima.
Een potje Bao

De avond gebruik ik om te lezen en meegebrachte tv series of een film te kijken. Ik ben nu aan het laatste seizoen van ‘The Wire’ bezig, erg goede serie, vind ik. Om een uur of 10 is het dan alweer tijd alles af te sluiten en meestal lig ik er rond half 11 wel in.

dinsdag 20 mei 2014

Safe house.

De nood voorraad
Vandaag, dinsdag 20 mei 2014, zijn er verkiezingen in Malawi. Op een gewelddadig begin in Thyolo na, zijn de verkiezingscampagnes rustig verlopen. Joyce Banda, de huidige president was ongeveer twee jaar geleden vice-president en is in het ambt gerold na het overlijden van de toenmalige president. Ze is dus niet als president gekozen en je hoort veel kritiek op haar presidentschap. Het grote corruptie schandaal ‘Cashgate’ waarbij grote sommen cash verdwenen en een regeringsvliegtuig dat is verkocht zonder dat de opbrengst daarvan in de boeken te vinden was heeft daar vast aan bijgedragen. Ook is er niet veel vertrouwen in de kiescommissie die het verloop van de verkiezingen in de gaten moet houden.
De VSO matrassen

Door het VSO kantoor in Lilongwe wordt met alle eventualiteiten rekening gehouden en via speciale sms-jes worden we sinds gisteravond op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen in de hoofdstad. Al eerder was aan onze werkgever gevraagd om ons op de dag van de verkiezingen en de dag erna vrij te geven zodat we niet onverhoopt in verkiezingsrellen terecht komen. Vorige week kreeg ik ook het verzoek mijn huis, met twee ongebruikte slaapkamers en een lege eetkamer, als ‘safe-house’ ter beschikking te stellen. Het idee hierachter is dat, in het uiterste geval,  de VSO-ers uit Zomba en omgeving op  één plaats bij elkaar komen om vandaar beter gezamenlijk op de hoogte gehouden kunnen worden en eventueel geëvacueerd. Je weet natuurlijk nooit hoe zaken lopen en het is de vraag of het in alle situaties wenselijk is om de plek waar iedereen je kent te verlaten om met andere volunteers in één huis te gaan zitten, maar het is positief dat VSO zijn best doet om op alles voorbereid te zijn.
De inkopen in Zomba
 


Als safe-house coördinator kreeg ik dus vorige week donderdag een lijst met spullen die in het safe-house aanwezig moeten zijn. Daar had ik nog wel wat vragen bij. Waarom stond er wel een hoop conserven op de lijst en geen blikopener? Wat moet je met een kilo sperziebonen als noodvoorraad? Zou het niet handig zijn om ook wat extra wc-papier te hebben? Zijn 4 dekens genoeg voor 7 volunteers? Mijn grootste probleem was om alles op tijd in mijn opslagkamertje te krijgen. Hoe krijg je 20 kilo rijst, een krat waterflessen en de nodige blikjes achter op de motorfiets? Dit probleem werd door de voorzienigheid aardig getackeld. Van zaterdag op zondag kwam een Engels volunteer echtpaar uit Lilongwe op bezoek, met kinderen. Zij kwamen met de auto en waren bereid me te helpen met de safe-house inkopen. Behalve dat het gezellig was met 5 extra gasten, kon ik mijn vaardigheid als gastheer testen. (Met de ijsmachine die ik laatst van een vertrekkende volunteer kreeg, heb ik een heel aardig bananenijs weten te serveren)


De voorraadkamer is dus gevuld, de telefoon op stand-bij en ik heb aan de gevel van het huis een VSO bord gehangen, om het huis beter herkenbaar te maken voor volunteers die hier nog nooit geweest zijn. Het is altijd makkelijker om achteraf vast te stellen wat de beste maatregelen zijn en het is onmiskenbaar dat dit soort voorbereidingen ook een zekere onrust en gevoelens van onzekerheid in de hand werken. Maar we zijn zo goed mogelijk voorbereid en iedereen is er eigenlijk van overtuigd dat Malawi een vriendelijk, vreedzaam land is, waar het met grootschalige onrust wel mee zal vallen.


woensdag 7 mei 2014

Een moestuin in de tropen.


De vorige bewoner, een Oegandese VSO-er, had de tuin bij mijn huis vol geplant met mais, pinda’s en pigeon peas (tropische groene erwten die in het Indiase gerecht; Dal worden gebruikt). Op de pigeon peas na is dat gewas geoogst. De pigeon peas zijn meerjarig en worden struiken met houtige stengels. Ze bloeien nu en de erwten kunnen over een week of 6 geoogst worden.

De tuingrond zit vol stenen en is erg arm. De bietjes en goudsbloemen die ik zaaide wilden niet groeien. De basilicum waar ik zaadjes van kreeg deed het wel goed. Tijdens het peer support weekend hadden we het veel over het probleem van bemesten, de kosten van kunstmest e.d. De oudgediende Canadese VSO-er was zeer enthousiast over het gebruik van urine als stikstof meststof. Omdat de beschikbaarheid van kunstmest voor de gevangenis tuinen ook een knelpunt is zag ik mogelijkheden. Er zijn per slot van rekening genoeg urine producenten in de nor en het gebruik is betrekkelijk makkelijk. Je verdunt de urine 1:3 en giet dat mengsel 2 keer in de week bij de planten. Natuurlijk ben ik meteen begonnen met het in mijn eigen tuin te proberen en het werkt prachtig. Alles werd stukken groener en de goudsbloemen die ik op de Almatuin kreeg, staan nu bijna in bloei. Het werkt dus goed, maar ik hoorde al dat er in sommige gevallen behoorlijke mentale weerstand kan bestaan tegen het gebruik van pies als mest bij groentes voor consumptie. Je moet natuurlijk niet hebben dat de gevangenen in hongerstaking gaan omdat ze de groente uit de gevangenistuin niet vertrouwen. Hier kan ik dus nog wel even mee vooruit met brainstormen en ideeën toetsen, want ook een biogas installatie die draait op wat uit de gevangenis wc’s komt, lijkt mij kansen bieden.

Vroeger werd ook in Nederland urine veel gebruikt. Ik hoorde Ivo de Wijs eens zeggen dat Tilburgers de naam kruikenzeikers hadden omdat ze in kruiken plasten om de urine te gebruiken in de wol industrie. De wol werd erin gewassen en pies werd ook gebruikt bij het verven van de wol.

De mais en de aardnoten waren in mijn tuin op ruggen geplant. Een systeem dat niet erg efficiënt met het beschikbare vocht omgaat. Dat moet dus volgend seizoen iets worden met mulching. De droge mais stengels worden hier nu in de brand gestoken, een verspilling van organisch materiaal, vind ik. Voor de groente wil ik iets anders proberen. Ik las over het “Deep trench” systeem. Bedden gemaakt op een diepe geul (3m x 1m) die is gevuld met lagen organisch materiaal en grond. Het idee is dat het vocht beter wordt vastgehouden en dat de plantenresten langzaam verteren en zo als compost in een jaar of 5 voor de groente beschikbaar komen. Het is een heel gegraaf dus Brian, die in mijn tuin werkt, is met één bed begonnen en dan kijken we wel of het de moeite loont meer van zulke bedden te maken.

Félice had wat zaden meegebracht. Oregano (Marjolein) zaden waren moeilijk te krijgen, maar ze zijn in mijn kwekerijtje in halve melkpakken goed ontkiemd. De tijm en rozemarijn, die in Nederland soms lastig kiemen, deden het hier prima en de bieslook juist weer helemaal niet. Daar moet ik nog maar even zonder doen. Peterselie, courgette en Oost-Indische kers doen het ook en die kunnen worden uitgeplant. Het duurt nog wel even voor mijn groente productie mijn consumptie inhaalt, maar het begin is er en het is natuurlijk leuk om bij huis ook iets te hebben om te experimenteren.
Brian in rustiger tijden.

maandag 28 april 2014

Felice in Zomba






Felice aan het Paasontbijt.




Dit keer de eer aan mij, Felice, om een stukje te schrijven voor het blog. Ik ben iets meer dan 2 weken in Malawi en dat kan omdat ik toevallig een lange voorjaarsvakantie heb. Soms heb je geluk! De reis ging prima: Via Frankfurt naar Addis Abeba en daar overstappen op een vlucht rechtstreeks naar Malawi, eerst naar Lilongwe en dan nog en half uurtje naar Blantyre. Blantyre is 65 km van Zomba, waar Flip woont.
Mijn 2 volle tassen (samen 43,5 kg) werden in Amsterdam meteen doorgestuurd naar Malawi, wel zo handig! Maar de dame van Lufthansa zag Malawi op het ticket staan en stuurde de bagage naar Lilongwe (hoofdstad) i.p.v. Blantyre. In het vliegtuig naar Addis Abeba zag ik pas deze fout en bij aankomst in Addis heb ik er melding van gemaakt en het laten veranderen en na wat telefoontjes verzekerden ze me dat het helemaal goed was geregeld. Nee dus… Bij aankomst in Blantyre geen bagage. We hebben de volgende dag alsnog een auto moeten huren om de bagage zelf op te halen. Ze doen niet aan na bezorging thuis vanwege de douane. Gelukkig kregen we de standaard US$75 voor de vertraging. Hadden we de kosten voor de huur van de auto in ieder geval terug.
Maker van de maskers met 3 van de 7 kinderen.

Felice met Jonathan en Vincent
Omdat je met Ethiopian Airlines 2 stuks bagage mee mag nemen van maximum 23 kg elk, is het die zaterdagavond net pakjesavond: tussen heel veel tweedehands kleding zitten allerlei Nederlandse lekkernijen, boeken, dvd’s en zelfs een eigen gebakken brood van Diny, voor Flip. De herenkleding is vooral voor de mensen die hier werken: Brian de tuinjongen en John de nachtwaker. Verder voor Peter een jonge student en een houtbewerker (weduwnaar met 7 kinderen), die al verschillende dingen voor Flip gemaakt heeft. Ze kunnen het allemaal heel goed gebruiken. De kinderkleding gaan we woensdag brengen bij een familie, kennissen van een Nederlandse die vroeger bij de Malawische gevangenissen werkte. Zij gaf dit aan mij mee.
Brian aan het werk.
Mijn eerste indrukken van Malawi zijn heel goed. De mensen zijn ontzettend vriendelijk, niet opdringerig en de meesten kunnen redelijk Engels. Er is heel veel te krijgen, eigenlijk alles, zelfs kaas, maar die smaakt natuurlijk lang niet zo goed als de Nederlandse. Het is niet zo warm als ik verwacht had, maar dat kwam omdat het een aantal dagen bewolkt was. Minimum niet onder 14,5 C en max was 29.8 C. In de zon is het wel erg warm, dus in de zon zitten is er niet bij. Wel is iedereen ervan overtuigd dat Zomba het lekkerste klimaat heeft, niet al te heet.
Er is veel aanloop geweest, allemaal om kennis met me te maken en ze willen allemaal dat ik hier blijf, want een vrouw hoort toch bij haar man te zijn en hem goed te verzorgen. En Malawi is toch een fijn land om te wonen?










De weg van Blantyre naar Zomba wordt vernieuwd en daarom worden er hier vlakbij aan de hoofdweg enorme bomen geveld zodat de weg breder kan worden. Je kan wel janken als je het ziet: volgens mij worden er veel meer omgehakt dan nodig is: doodzonde.  Het verkeer is niet heel erg druk en opvallend: GEEN scooters!!! Veruit de meeste mensen lopen hier en verder zie je fietsen, ook als taxi: je kunt achterop zitten op een speciale bagagedrager. Er zijn in Zomba ook gewone taxi’s voor kleine afstanden, die je met vier passagiers samen huurt op een vast traject en minibusjes voor vervoer tussen steden (tot 16 personen). Die gaan pas weg als ze vol zitten en dan zit je als haringen in een ton. Ik heb het meeste vervoer al gehad, zelfs vandaag nog voorin een vrachtwagen gezeten, alleen achter op een fiets nog niet. Wie weet komt dat nog eens.
Gezicht op Zomba vanaf het plateau


maandag 14 april 2014

Peer Support

Ieder jaar wordt er voor en door volunteers een ‘peer support workshop’ georganiseerd. Twee dagen ervaringen uitwisselen tussen vrijwilligers in hetzelfde werkveld. In ons geval `armoede bestrijding´; twaalf volunteers uit heel Malawi die werken in landbouw, klimaat verandering en eco/toerisme. Woensdag reden we in een gehuurd minibusje met de 7 volunteers uit het zuiden naar Salima. De workshop was daar in een prettig hotel aan het Malawi meer. Onderweg geluncht in een restaurant op een boerderij. De boerderij had behalve mais en een fruitboomgaard, visvijvers, koeien, varkens, kalkoenen en eenden en we kregen een rondleiding op het terrein.

Zoals wel vaker gebeurde de echte uitwisseling tussen de georganiseerde onderdelen door. We zijn een zeer gemengd gezelschap van 3 Oegandezen, 3 Shri-Lankanen, twee Kenyanen, een dame uit de Filipijnen en één uit Hongkong. De laatste twee hadden de workshop geregeld. Gordon een Canadese veeteelt expert van 67 nam afscheid na 7 jaar in een project in Zuid Malawi. Onze program manager is een Malawiër. De eerste ochtend werd van iedereen een presentatie van zijn of haar project verwacht. Wat mij betreft mogen PowerPoint presentaties in dit soort situaties verboden worden. Misschien ben ik te kritisch (ik leek de enige te zijn die er last van had) maar volgens mij is de overdracht minimaal. Zoals gebruikelijk waren er problemen met de beamer, de toegemeten tijd werd ruimschoots overschreden en ik vond het bijzonder saai. Toen ik er naar vroeg leek niemand zich daaraan te storen, maar ondertussen zag ik wel dat er veel met telefoons werd gespeeld en zag ik zelfs een toehoorder in slaap sukkelen. Nou ja, ’s middags was er een geïnspireerd verhaal over Malawische cultuur, met een goede uitleg over de praktische implicaties van de matriarchale structuur die hier veel voorkomt.


De volgende dag begon met een excursie naar Gwizire, een dorp waar de Chinese volunteer een mooie presentatie had helpen opzetten. Het hele dorp heeft meegewerkt om in de excursie een goed beeld van het dagelijks leven te geven en ze hopen op deze manier wat inkomen te genereren. Het was de eerste keer dat het dorp zich echt presenteerde en we gaven dus de gelegenheid om alles nog eens door te nemen, een soort generale repetitie. We kregen, na de introductie bij de Chief, een rondleiding met uitleg bij het stoken van sterke drank, het koken van nsima en kijkje in een hut. De ochtend werd afgesloten met een indrukwekkende dans demonstratie. Het hele dorp was uitgelopen en honderden kinderen genoten met ons van een uur lang traditionele dans. Heel leuk. ’s Middags teambuilding activiteiten op het strand. Veel water- en balspellen. De laatste avond een afsluiting met een groot kampvuur en voldoende alcohol.
















Zoals gezegd een echt nuttige uitwisseling van ervaringen, vooral in de wandelgangen. Voor mij was vooral het contact met Gordon nuttig. Hij had veel nuttige en praktische tips op landbouw gebied. We hebben afgesproken elkaar nog eens te ontmoeten voor hij in mei terug naar Canada gaat. Hij had ook een heel lijstje voor me, met namen en telefoonnummers van mensen bij mij in de buurt die van nut kunnen zijn voor de gevangenis tuinen, bij voorbeeld omdat ze instructie in Chichewa kunnen geven. Ik wil onder andere gaan kijken of het mogelijk is urine als stikstof meststof te gebruiken en of een biogas installatie haalbaar. Misschien ligt daar een kans om ook iets aan de belabberde hygiënische omstandigheden in toiletten en wasruimten te doen.
Gordon's afscheid

maandag 31 maart 2014

Een rondje Malawi.


De afgelopen tijd heb ik besteed aan het bezoeken van verschillende gevangenissen. Eerst de gevangenissen in het zuiden en deze week 7 gevangenissen in de regio’s Midden en Noord. Een flinke tocht door Malawi waarbij ik heel wat van het land gezien heb, maar 1500 km in drie dagen, over niet al te beste wegen, is best veel. Maar Malawi is een mooi land, lekker groen op dit moment en langs het Malawi Meer een aantal goede toeristische plekken. In mijn half verdoofde toestand op de achterbank werd ik door de verwilderde Zinnia’s, Cosmea’s en Ageratum (en natuurlijk mais en knopkruid) langs de weg, ook aan de schooltuinen herinnerd.

Het doel van mijn tocht was om een indruk te krijgen van de omstandigheden in de gevangenissen waar al land- en tuinbouw wordt gedaan. Dat betekende dat ik met een vragenlijstje op pad ging; aantal gevangenen, grootte van de tuinen, aantal staf leden e.d. Ik werd overal goed ontvangen al moet ik er nog aan wennen dat iedereen in de houding springt en salueert omdat ik met een hoge officier binnen kom. Dat salueren gebeurt op een speciaal Afrikaanse manier waarbij de rechterhand naar de baret wordt gebracht en als een haperende robot, uiteindelijk, tegen de pet tot stilstand komt.


Het beeld is op de meeste plaatsen hetzelfde. Er is te veel weinig geld beschikbaar om goed te kunnen werken. Van het ingediende budget is maar ongeveer 12% toegekend. Dat betekent dat er voor iedere gevangenis maar zo’n € 1.000,- beschikbaar is om materialen, zaaizaad, kunstmest, brandstof e.d. van te betalen voor het hele jaar. Wat mij schokt is dat de oplossing eigenlijk alleen wordt gezocht in het vragen van hulp aan donor organisaties. Als ik dan naar voren breng dat dat geen echt structurele oplossing is, maar dat de beleidsmakers in zullen moeten zien dat om te kunnen werken een behoorlijk budget beschikbaar moet zijn, wordt daar een beetje ongemakkelijk op gereageerd. Uit doorvragen en uit een blik in het “Visitors book” blijkt dat er heel veel organisaties contact hebben met de Prisons en dat er ook soms flink wordt gedoneerd, maar daar is natuurlijk geen goed overzicht van.

Bij het laatste bezoekje toch nog een positieve draai. Daar hebben ze een manier gevonden om een deel van de opbrengst van de groentetuin en boomgaard (citroen, mandarijn en sinaasappel) terug te laten vloeien in het project. De gevangenis ligt midden in het dorp en er worden groente, en in de gevangenis gemaakte meubels verkocht en daarvan is een nieuwe pomp gekocht. Ik zei dat ik die pomp wel even wilde zien, met het idee dan even buiten op de tuin te kunnen kijken. Tot mijn verrassing werd de pomp met motor en al, even later, door 4 gevangenen, het kantoortje waar we zaten te praten, binnen gedragen. Een mooi voorbeeld van een verschil in interpretatie. Communicatie blijft moeilijk, maar buitengewoon belangrijk.



Voor onze begrippen zijn de omstandigheden in de gevangenissen hier buitengewoon slecht. De sanitaire omstandigheden zijn schrikbarend en er is lang niet altijd genoeg eten. Er is in veel gevangenissen een enorme overbezetting en ga zo maar door. Dat alles wordt dan wel weer een beetje gerelativeerd als je op een voetbalveldje voor de poort van de gevangenis een enthousiast potje voetbal ziet. Dat blijken bajesklanten te zijn, zonder de gebruikelijk gevangeniskleren (witte korte broek en wit hesje), maar ook zonder bewaking. Weglopen zou geen enkel probleem zijn.

woensdag 5 maart 2014

Theorie en praktijk.


In theorie zijn praktijk en theorie gelijk, in de praktijk niet.

Er heerst hier een cultuur van kalenders. Hoewel we al een flink stuk op weg zijn in 2014 kreeg ik gister nog een kalender van het sociaal fonds van de Politie te koop aangeboden. Een van mijn buren is politie woordvoerder en die kwam ermee aan de deur. Omdat het me wijs lijkt goede vrienden te blijven met de buren en de politie heb ik er een gekocht ook al was ik zelf heel tevreden met mijn NOVIB kalender. Mijn kantoor is inmiddels voorzien van een kalender van het Democratic Governance Programme (DGP) waaraan het European Development Fund € 30 miljoen over 5 jaar heeft gedoneerd. Het is mij niet helemaal duidelijk hoe een kalender bijdraagt aan democratie, maar goed, de doelstellingen hangen boven mijn bureau. Zo juist kreeg ik ook de missie en de visie van de Malawi Prisons Service op mijn prikbord. Heel ambitieus en absoluut een nastrevenswaardig doel.



















Het is me ondertussen wel duidelijk dat het dus met de theorie wel goed zit, maar dat de verbeteringen uit de praktijk zullen moeten komen. Mijn werk zal zijn om te zorgen dat het landbouw project in de gevangenis ook op de langere termijn kan blijven draaien. Er wordt al behoorlijk veel aan intensieve landbouw gedaan. (Visvijvers, rijst, mais, cassave, groenten e.d.) Tot 2005 werd er door een groot project van Penal Reform International, vrij veel geld ingestopt. Toen de geldstroom ophield bleven de inkomsten wel binnenkomen, maar waren niet meer beschikbaar voor noodzakelijke lopende uitgaven. Als je geen zaaizaad en mest kunt kopen is het snel gedaan met boeren. Ik neem aan om corruptie te voorkomen, moeten alle inkomsten van de dienst op één rekening gestort (Account Nr. 1) De nodige uitgaven kunnen pas worden gedaan als het budget is goedgekeurd en verder aan alle bureaucratische rompslomp is voldaan. Dat is meestal niet op tijd. Zo zitten we al een week zonder internet omdat de rekening niet op tijd is betaald (dat gebeurt dus niet alleen bij Stadsdeel Zuidoost), maar ook blijven de auto’s en chauffeurs meestal werkloos in de garage omdat het heel moeilijk is geld voor brandstof aan het systeem te ontfutselen. Het lijkt me een mooie opgave om te zoeken naar een manier om voor dit probleem, op het gebied van het tuinieren in de gevangenissen, een oplossing te vinden.



VSO is bezig met het rekruteren van een volunteer die technisch vakonderwijs in de gevangenissen moet gaan opzetten. Met wat geluk komt er al iemand in april. Mijn huis begin steeds meer ‘thuis’ te worden, met een waterkoker die volunteers uit Lilongwe meebrachten, een chitenje aan de muur en een kookuitzet van 2 steelpannen en een koekenpannetje. De verpleegster en verpleger (Susanne en Rob) die tijdelijk bij mij introkken zijn aan de laatste week van hun oriëntatie bezig en vertrekken aan het eind van de week naar hun standplaats, Malosa hier zo’n 25 km vandaan.
Rob en Susanne