vrijdag 28 augustus 2015

Chimwemwe, lerares in Malawi



Chimwemwe met haar zus die ook leraar wordt

Chimwemwe komt vandaag niet om me Chichewa te leren, maar om te praten over haar werk als basisschool lerares op het platteland in Malawi. Eerst wil ik weten wat je moet doen om onderwijzer te worden hier. Eigenlijk wilde Chimwemwe verpleegster worden, maar de selectie om toegelaten te worden tot die opleiding is erg streng. Na het halen van het Malawi School Certificate of Education (MSCE) aan het eind van de middelbare school deed ze dus een aanvraag bij het Teacher Training College (TTC). De selectie is ook hier streng en competitie stevig, want de opleiding wordt door de regering betaald en er is veel belangstelling. Je moet goede cijfers hebben voor Engels, wiskunde en minstens één technisch vak (natuurkunde, scheikunde, techniek o.i.d.)
Ongeveer een jaar na het halen van het MSCE was er een interview op het Dedza St. Jozef TTC en werd Chimwemwe toegelaten. De opleiding duurt 2 jaar: het eerste jaar theorie, met daarna een praktijk jaar op een school. Omdat de overheid de opleiding betaalt moeten de studenten beloven om 5 jaar op een plattelandsschool te werken. Chimwemwe kwam, na weer een jaar wachten op plaatsing, in de buurt van Zomba terecht. Nadat ze in september trouwt wordt ze overgeplaatst naar de hoofdstad Lilongwe, want een echtgenote hoort haar man te volgen. Het is één van de weinige geaccepteerde gronden voor overplaatsing.

Ik vraag wat ze leuk vindt aan haar werk. Ze vertelt dat, hoewel ze dus eerst verpleegster wilde worden, ze nu lesgeven leuk vindt en dat ze zich leraar voelt. Ze geniet van het contact met kinderen en ze heeft vooral veel plezier in zingen. De zangles is ook een bijzondere ervaring in Malawi, daar zou Nederland een voorbeeld aan kunnen nemen.

Mijn volgende vraag is hoe ze in de praktijk omgaat met een klas van meer dan 80 leerlingen en problemen als het tekort aan meubilair en lesmateriaal. Ze geeft les in groep 4. Dat er te weinig stoelen zijn wordt in de interactie met de klas opgelost door laatkomers en druktemakers op de grond te laten zitten. Een kind zonder stoel dat goed met de les meedoet kan dan zitten op de plaats van iemand die te veel herrie maakt.

Te weinig lesmateriaal is moeilijker. Sommige lessen worden op een poster geschreven en op het bord gehangen om klassikaal behandeld te worden. Bij de Engelse les zijn maar 6 boeken. De klas wordt dan verdeeld over 6 groepen waarin de leerlingen na elkaar een zin uit het boek lezen. Mijn vraag of dat niveaugroepen zijn, begrijpt ze eerst niet. De groepen worden gemengd om een zo gemiddeld mogelijk resultaat te krijgen. In niveaus werken is onbekend en waarschijnlijk ook niet erg praktisch bij dergelijke klasse-groottes.

Chimwemwes grootste probleem is de manier waarop de schoolleiding  de dagelijkse gang van zaken runt. Ze vindt niet dat dat op een efficiënte manier gebeurt en dat vaak persoonlijke voorkeuren een rol spelen wat haar weer frustreert.

Hoe ervaart ze de salariëring van leraren? Een moeilijke vraag in een land met 90% werkloosheid; je bent natuurlijk al heel gelukkig als je überhaupt een baantje hebt. Ze verdient eigenlijk niet genoeg om behoorlijk van te kunnen leven, al verdient ze meer dan wat een gevangenbewaarder of politie agent krijgt. (die hebben soms nog wat kans op extra inkomsten, als je begrijpt wat ik bedoel) Een goed opgeleide verpleegster verdient meer.


Haar plannen voor de toekomst? Na haar trouwen verhuist ze naar Lilongwe. Daar wil ze, in deeltijd, verder studeren om les te kunnen geven op een middelbare school. Kinderen (pas gepland over een jaar of 5) gaan dat niet moeilijker maken denkt ze. Er is altijd wel iemand van de familie beschikbaar om daar voor te zorgen.

woensdag 12 augustus 2015

Gesprek met een hoofdonderwijzer.





Tijdens mijn bezoek aan de school van Chimwemwe, de Kanjuli Full Primary School, waar ik eerder over schreef, had ik de gelegenheid te praten met haar hoofdonderwijzer Mr. Mpachika. Ik vond hem in zijn kantoortje dat hij deelt met de ‘deputy’ Mr. Makunganya. Een vriendelijke man die er jong uitzag voor de 32 jaar dat hij al in het onderwijs zat, waarvan 20 jaar als schoolhoofd. Zijn school, een christelijke overheidsschool, heeft 784 leerlingen, verdeeld over 12 klassen. Er zijn 12 onderwijzers en 6 leerling-onderwijzers in hun praktijk jaar. In de eerste klassen worden de vakken, Engels, Chichewa, rekenen, Bijbelkennis en expressie (tekenen, kleien, zingen en sport) gegeven. Later komt daar ‘Life Skills’ bij (verzorging, gezondheid, sociale weerbaarheid). In de hoogste klassen krijgen ze ook landbouw, natuurkunde en techniek. De leerkracht heeft zijn eigen klas en er zijn dus geen vakleerkrachten. Alleen geeft Mr. Mpachika zelf in meer klassen bijbelkennis omdat hij ook ouderling van een naburige kerk is.



Als schooltuinman wilde ik natuurlijk weten hoe het met de landbouwlessen ging. Er was een tuin waarin mais en groente werd verbouwd. De opbrengst van de verkoop werd gebruikt voor de aanschaf van voetballen e.d. Helaas was vorig jaar de pomp gestolen waardoor water geven moeilijk was. Er kan nu dus alleen in het regenseizoen getuinierd worden.
De ouders werd gevraagd MK150 = ± €0,30 per schoolperiode bij te dragen voor het aanstellen van een bewaker. Naast de kosten voor pennen en schriften zijn dat de enige bijdragen die van de ouders worden gevraagd. En het schooluniform is ook een kostenpost, het dragen is niet verplicht, maar 90% van de kinderen draagt een uniform, geen uniform betekent: arme ouders. In de hoogste klas wordt nog €1,- kopieerkosten gevraagd voor het kopiëren van oude examens om de leerlingen voor te bereiden op het landelijke examen aan het eind van de basisschool. Die voorbereiding is ’s middags na schooltijd. Op vrijdag is dat een probleem want omdat de meeste leerlingen moslim zijn, zien de ouders het als tegenwerking van de school de kinderen op die middag les te geven.

Er worden regelmatig toetsen afgenomen, er is een proefwerk iedere 14 dagen en er worden rapporten gemaakt, maar er is alleen een landelijke test aan het eind van de basisschool. Er zijn wel wekelijkse en maandelijkse teamvergaderingen. Daar komt het leerplan ter sprake en onderwerpen als de klasverdeling, stiptheid en schoolorganisatie. Speciaal onderwijs bestaat nauwelijks, bij Blantyre is een school voor blinde en dove kinderen en dat is het enige dat hij kon noemen. Goede leerlingen worden beloond met een klein presentje, een pen of een schrift, uitgereikt ten overstaan van de hele school. De gestrafte leerlingen worden genoteerd in het ‘punishment book’ : de straf bestaat meestal uit klusjes doen als vegen, opruimen of nablijven.

Het tekort aan materiaal is enorm en je vraagt je af hoe er überhaupt nog gewerkt kan worden in zulke overvolle klassen en soms maar met 2 boeken per klas. De syllabus wordt landelijk vastgesteld en in het hele land worden dus in alle scholen dezelfde boeken gebruikt. In de hogere klassen stonden wel redelijk goede tafeltjes, maar in de onderbouw was niet genoeg meubilair voor alle leerlingen en zaten er een flink aantal op de grond.

Mijn laatste vraag aan de hoofdonderwijzer was wat zijn drie grootste uitdagingen waren.

  • ·         Tekort aan huizen voor onderwijzers.
  • ·         Tekort aan materiaal. (boeken, ook voor een klein documentatie centrum, speelmateriaal)
  • ·         Het feit dat de dichtstbijzijnde middelbare school ver weg is (20 km). Voor veel leerlingen is dat te ver en dat betekent dat er met de basisschoolkennis niet veel meer gedaan wordt.


zaterdag 1 augustus 2015

Een schoolbezoekje


Ik kreeg de goede tip om wat over het onderwijs in Malawi te schrijven. Ik denk dat veel lezers daar wel wat meer over willen weten, dus om wat informatie uit de eerste hand te krijgen vroeg ik Chimwemwe, mijn Chichewa lerares, of ik op haar school wat foto’s mocht maken. Ze werkt op een school echt op het platteland zo’n 30 km van Zomba. Omdat het volgende week al vakantie zou zijn, was er niet veel keus in de datum en werd het de volgende woensdag. Ik vertrok vroeg want de schooldag opent met de ‘assembly’ om 7.15 en daar wilde ik ook wat foto’s van hebben, omdat we dat in Nederland niet kennen.

Geleidelijk kwamen de kinderen binnendruppelen en begonnen ze het schoolterrein aan te vegen met bosjes takken die ze van onderweg hadden meegenomen. Dat deed wel wat stof opwaaien. Er was me al gezegd dat het 7.15 “Malawische tijd” was en er werd dus tegen 8 uur begonnen. Je begrijpt wel waarom op tijd komen hier niet zo nauw wordt genomen als de school zich al niet aan de tijd houdt, maar aan de andere kant heb ik er ook wel begrip voor dat veel kinderen heel ver moeten lopen en geen horloge of telefoon hebben en dus niet precies weten hoe laat het is.










De kinderen stonden in rijen, moesten in koor wat vragen beantwoorden en er werd iets gedaan wat een beetje op gymnastiek leek. (Armen omhoog, armen opzij, armen naar beneden) Na het, met de hand op het hart, zingen van het volkslied liepen de kinderen al zingend per klas, groep na groep, naar de klaslokalen. Het was wel duidelijk dat de opkomst in de laatste week voor de vakantie niet al te hoog was. Bij mijn introductie maakte ik nog wel de fout Chimwemwe met haar voornaam aan te spreken. Ik werd er later fijntjes op gewezen dat dit natuurlijk Miss Chipatala had moeten zijn. Een beetje ouderwetse hang aan decorum, vond ik.

De school zag er beter uit dan veel ander schoolgebouwen in Malawi. Een netjes onderhouden regeringsschool. Wel een christelijke school werd me verteld. Er stond ook een Presbyteriaans kerkje naast. Dat is wel wat vreemd want het is een islamitisch gebied en de meeste leerlingen zijn dus ook moslim.

Na mijn gesprek met de hoofdmeester, waarover meer in het volgende blog, maakte ik nog even wat foto’s in de klassen. Vooral in de onderbouw zag het schoolmeubilair er slecht uit en waren de klassen echt overvol, tot meer dan 100 leerlingen per klas, hoorde in van het hoofd. Er is een wettelijk maximum klassengrootte van 60, maar zoals met zoveel regels in Malawi wordt dat niet erg serieus genomen. De gemiddelde klassengrootte op deze school is 65,3 dus je kunt wel nagaan.  De leeftijd dat kinderen instromen is officieel 6 jaar, maar vaak zijn leerlingen al 10 als ze voor het eerst naar school gaan. Alle kinderen komen in de zelfde eerste klas. Dat leeftijdsverschil geeft natuurlijk problemen in de eerste klas.


De problemen op een school als deze zijn enorm groot. Ik zal in het verslag van het gesprek met de hoofdonderwijzer daar wat meer over vertellen, maar het gebrek aan lesmateriaal, schoolmeubilair en dergelijke is onvoorstelbaar. Dat leverde de verzuchting van de hoofdmeester op dat veel leerlingen naar school komen om te voetballen. Dat werd nog niet eens als zo heel negatief gezien omdat sport, muziek en dergelijke ook kansen opleveren om het te maken in Malawi. Voor mij was het een leerzaam bezoekje en ook voor de, vooral jongere kinderen, was het een leuk verzetje, want er komt natuurlijk niet iedere dag een Europeaan foto’s nemen.

donderdag 23 juli 2015

Chichewa


Taal is hèt middel om contact te maken. Om een beetje te kunnen communiceren met mensen en iets meer over de cultuur op te steken vind ik het heel belangrijk om te proberen de taal een beetje onder de knie te krijgen. Het wordt hier echt gewaardeerd als je moeite doet om de taal een beetje te spreken. Aan het begin van mijn contract werden er door VSO 10 taallessen betaald en eigenlijk is mijn lerares, Chimwemwe, wekelijks blijven komen. Voor mij is dat een leuk uur op zaterdag, want natuurlijk komt er meer aan de orde dan alleen Chichewa. Chimwemwe is zelf onderwijzeres aan een basisschool hier, dus ook een bron om te weten hoe het hier in het onderwijs gaat.

Ik vind het Chichewa leren leuk, misschien ook omdat er een aantal overeenkomsten zijn met Kiswahili. Vooral de woorden uit Bantu talen zijn gelijk.
Koe = Ng'ombe, geit = mbuzi, huis = nyumba, vlees = nyama.
Verder zijn er veel Engelse leenwoorden, volgens mij meer dan in het Kiswahili.
Telefoon = foni, winkel = shopu, diploma = dipuloma, boek = buku.
Vooral als het geschreven staat herken ik die niet altijd als de fonetische weergave van Engelse woorden.
Voor tellen en rangtelwoorden, zeker als het om geld of geldbedragen gaat wordt helemaal alleen het Engels gebruikt. Five hundred Kwacha.

Net als in het Swahili worden aan de stam van het werkwoord een hele serie van voor-, tussen- en achtervoegsels geplakt. Voor de persoonsvorm, de tijd, wederkerigheid, ontkenning enz. Dat levert lange werkwoorden op die voor mij soms moeilijk te ontrafelen zijn.
ankawathandiza powapatsa – hij hielp ze door het ze te geven
sanathandize mwa kuwapatsa - hij heeft ze niet geholpen door het ze te geven
Bijvoeglijk naamwoorden en bezittelijk voornaamwoorden worden verbogen naar gelang de klasse van het zelfstandig naamwoord waar ze betrekking op hebben.

Mijn tuin = m'munda mwanga, mijn huis = nyumba yanga, mijn vrouw = mkazi wanga
Die klassen te herkennen en de juiste vervoeging te gebruiken valt vaak niet mee.

De lessen probeer ik zo aantrekkelijk mogelijk voor mezelf te maken door stukjes uit de krant te vertalen, naar liedjes te luisteren en dergelijke. Dat gaat goed want ik vind het nog steeds leuk en leer nog steeds bij. Ik kan nu redelijk begrijpen waar een conversatie overgaat en ik kan eenvoudige vragen, met heel eenvoudige zinnetjes beantwoorden. Wat lezen en schrijven betreft werk ik nu in een schoolboekje van groep 6, wat ikzelf nog niet zo slecht vind.
Ook gebruik ik graag ‘Google vertalen’. Zinnen of stukjes tekst kan je dan vertalen. Het is vaak een ruwe vertaling, maar je krijgt een indruk waar het over gaat. Een grote hulp is ook het woordenboek Engels-Chichewa, geschreven door een Nederlandse Missionaris, Steven Paas, die ook in Zomba heeft gewoond. Dit is een heel goed woordenboek en het geeft van veel woorden een voorbeeld hoe ze in context gebruikt worden. Dat is een schat aan informatie over de taal maar ook vaak over gebruiken en cultuur. De uitdrukkingen zijn vaak erg leuk.

Chikomekome cha nkhuyu, m’kati muli nyerere – Ook al ziet de vijg er prachtig uit, er zitten mieren in. (Ga niet op uiterlijk af)
Walira mvula, walira matope – Als je om regen smeekt, smeek je om modder.

Ik besteed dus best wat tijd aan het leren van Chichewa en dat is leuk. Ik moet wel zeggen dat het leren makkelijker gaat als je 20 bent dan op pensioen gerechtigde leeftijd, maar het lukt nog steeds en is in ieder geval veel makkelijker dan het leren van Passah Lao in Laos. Al vond ik dat ook leuk, hoor.

dinsdag 7 juli 2015

Broedmachientje.


Vorig jaar ontmoette ik op een VSO Peer Support weekend de Canadese volunteer Gordon Stinson, iets ouder als ik en aan het eind van een zevenjarige periode in de veeteelt voorlichting in Malawi. Via hem kwam ik in contact met, Robert Chilunga een boer bij mij in de buurt, die 4 koeien melkt. Hij woont ongeveer een half uur lopen van mijn huis en brengt mij twee keer per week, op de fiets, 2 liter prima melk voor de helft van de prijs die ik voor houdbare melk in de supermarkt betaal. Ik kook de melk en ik kan er een flinke laag room afscheppen die ik meteen invries voor later gebruik.

De melkveehouderij heeft het moeilijk in Malawi, al drinken de mensen graag melk. De regelgeving maakt het bijna onmogelijk om melk aan particulieren te verkopen en voor de melkfabrieken zijn de transportkosten hoog. Voor een coöperatie willen ze nog wel een eind rijden, maar als dan sommige boeren water bij de melk doen omdat controle bijna onmogelijk is, moeten de goeden onder de kwaden leiden en komt de melkwagen niet meer.
Al een tijd geleden had Robert me gevraagd of het mogelijk was via mij aan een kleine broedmachine te komen. Dat leek eerst een beetje veel gevraagd, maar hij bleef aandringen en uiteindelijk wist hij al de redenen die ik kon bedenken waarom het nièt zou gaan te weerleggen. Tijdens mijn vakantie in Nederland verdiepte ik me dus wat meer in de kleine broedmachines. Het aanbod op Marktplaats bleek groot, keus genoeg. We hadden afgesproken dat het geheel niet meer dan € 80,- mocht kosten en het spul moest natuurlijk in mijn koffer passen. Ik vond een, in Roemenië gemaakte, half automatische vlakbroeder voor zo’n 40 eieren. De bestelling werd na een dag thuis afgeleverd. Een plastic machientje van zo’n 2,5 kg dat met wat passen en meten in de koffer kon. Dan maar wat minder drop en hagelslag. Gelukkig geen problemen met de douane en de dag na mijn aankomst kon Robert zijn aanwinst ophalen. Het geheel was puntgaaf overgekomen en hij betaalde cash. Als je de stekker in het stopcontact steekt houdt de thermostaat de temperatuur constant en hoef je alleen de eieren regelmatig te keren.

Robert heeft nog geprobeerd via een veeteelt voorlichtingsstation eieren van een verbeterd kippenras te kopen, maar die waren in deze tijd van het jaar niet te krijgen. Het eerste broedsel werd dus; 16 eieren van lokale kippen. Met een zelf geïmproviseerde schouwlamp stelden we na een week vast dat één ei onbevrucht was. Laat dat maar aan de lokale haan over. Gisteren kwamen de laatste eieren uit. Elf van de vijftien overgebleven eieren leek me geen slecht resultaat voor een eerste keer. Natuurlijk voelde ik wel zo betrokken dat ik regelmatig even langs ging om te kijken hoe het ging.

De impact van dit hele projectje is natuurlijk nihil, maar ik vind het toch leuk dat ik het enthousiasme en de ondernemingsgeest van Robert heb kunnen stimuleren. Hij is nog steeds erg enthousiast, ziet mogelijkheden en ik heb natuurlijk, al doende, ook weer het een en ander opgestoken.