Posts tonen met het label boomkwekerij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boomkwekerij. Alle posts tonen

zaterdag 30 januari 2016

Ups en downs





De ongelooflijke veerkracht van de Afrikaanse natuur heeft het wat teleurstellende verhaal uit de vorige blog toch nog een positieve wending gegeven. De zaailingen op de rekken die door het gebrek aan water geven behoorlijk te lijden hadden zijn er voor een flink deel weer aardig bovenop gekomen. Hoewel al het blad eraf gevallen was en ze er behoorlijk beroerd uitzagen, zijn we blijven water geven en wonder boven wonder zijn de meest boompjes weer gaan uitlopen en is niet meer dan 10-20% verloren gegaan. Ik moet zeggen dat dat beter is dan ik had durven hopen.

Het regent hier nu dagelijks en het onregelmatige regenpatroon, dat ons uitdroog probleem veroorzaakte, lijkt voorbij. Die onverwachte droge perioden hebben ook de distributie van onze boompjes vertraagd. De gevangenissen waar we de zaailingen heen sturen kunnen alleen maar planten als het genoeg regent en dat uitplanten neemt ook wel wat tijd. Als het niet regent kunnen de zaailingen beter verzorgd worden op onze kwekerij, waar water en ervaren mankracht genoeg is. We hebben dus een pauze in het vervoer ingelast toen ongeveer de helft van alle boompjes geleverd was. We hopen snel de rest te kunnen afleveren nu het weer genoeg regent.

Nog een andere ontwikkeling is het melden waard; één van de gevangenissen waar we boompjes afleverden vroeg om wat fruitbomen. Fruit is een heel goede en welkome aanvulling op het gevangenisdieet. Het was mij niet gelukt om bij het opzetten van het kwekerijtje goede zaden van vruchtbomen te krijgen. Je kunt avocado, limoen, guave, papaja, mango en verschillende lokale vruchten goed zaaien. De lokale vruchten, Masao (Ziziphus mauritiana) en Masuku (Uapaca kiriana) had ik op de markt gekocht en de zaden netjes uitgezaaid dat ging goed. 
Masao

Masuku












Masuku




Ik hoorde ook dat je bij de Botanische tuin in Zomba zaailingen van limoen, guave en geënte mango’s kon kopen. Van een ‘small grant’ van VSO en een andere gift heb ik daar van alle beschikbare soorten 50 boompjes gekocht. Daar wordt een kleine boomgaard bij een gevangenis in de buurt aangeplant. Van iedere soort heb ik 10 exemplaren achtergehouden om te kunnen planten bij de school in de gevangenis, Zomba Central Prison. De coördinator had mij al eens om wat vruchtbomen gevraagd en nu was er in de les van groep 7 het woord ‘boomgaard’ ter sprake gekomen. Een mooie aanleiding om de gevangenen uit groep 7 te laten helpen bij het planten van de vruchtboompjes. Leuk om te ervaren hoe gemotiveerd de gevangenen zijn. De plantgaten werden perfect en met wat compost ben ik er zeker van dat de fruitoogst niet lang op zich zal laten wachten. Het werk werd afgesloten met het onvermijdelijke staatsieportret.


Langs de weg naar het hoofdkwartier van de MPS en langs de buitengrens planten we nu ook boompjes. Drie meter uit elkaar en over een aantal kilometers, dus dat gaat ook over een respectabel aantal.



woensdag 11 november 2015

Balans opmaken.





Op 1 augustus liep mijn contract van 18 maanden in Malawi af. Om nog een boomplantseizoen mee te kunnen maken heb ik gevraagd om een verlenging van 6 maanden. Tot 1 februari 2016 dus, want tot die tijd heb ik ook een werkvergunning. Zo kon er nog een flinke hoeveelheid boompjes beplant worden in december-januari als het hier genoeg regent om ze in de volle grond te zetten. Nu, begin november, zijn we op het punt dat de meeste boompjes zijn gezaaid, dus nu verder verzorgen en onderhouden tot ze uitgeplant kunnen worden. 











We hebben hier 4 gevangenissen met veel land voor geselecteerd en van één andere gevangenis en een trainingscentrum kregen we ook de vraag of er boompjes beschikbaar waren. We kiezen stukken land die wat minder geschikt zijn voor mais of groente. Er wordt in de gevangenissen nog vrij veel op houtvuur gekookt en het geld voor brandhout komt direct uit het budget voor de rantsoenen. Je mag dus verwachten dat een besparing daarop ten goede komt aan het menu van de gevangenen. We hebben ook een aantal boomsoorten die in combinatie met andere gewassen geplant kunnen worden. (Agroforestry) 
Die gewassen profiteren dan van de door vlinderbloemige bomen vastgelegde stikstof en natuurlijk de schaduw. Dit project loopt goed en de medewerking en inzet van de staf is uitstekend.
Enkele van de boomsoorten die op de kwekerij staan


Er was al een tijd sprake van een groot project in Zuidelijk Afrika om de  gevangenissen in 8 landen te ondersteunen in gezondheidszorg en rehabilitatie. Regional Health and AIDS Initiative for Southern Africa.(RHAISA) Het project gaat aan het eind van het jaar van start in Swaziland, Zimbabwe en Malawi en het accent zal liggen op gezondheidszorg en mensenrechten. Zoals gebruikelijk namen de voorbereidingen meer tijd in beslag dan gedacht, maar uiteindelijk vroeg VSO Lilongwe of ik mijn contract wilde verlengen om aan dit RHAISA project mee te werken. Daar heb ik lang over gedacht, maar uiteindelijk besloten dat het bij twee jaar in Malawi maar moet blijven voor mij. Mijn belangrijkste reden daarvoor is, dat de nadruk in dit project ligt op gezondheidszorg en dat ik denk dat het veel meer organisatie en controle is dan het praktische tuinbouw werk dat ik nu heb kunnen doen. Natuurlijk spelen er nog veel meer zaken een rol in het nemen van de beslissing om Malawi en de Malawi Prisons Service te verlaten.

In december stopt Felice met haar werk op de Springplank en komt ze naar Malawi. We kunnen dan dus weer de keuze maken samen iets nieuws te ondernemen, in Afrika of in Nederland. Het uitplanten van de zaailingen uit het boomkwekerijtje lijkt een mooie natuurlijke afsluiting van een goede tijd in een mooi project en een fijn land. Malawi wordt niet voor niets: “The warm heart of Africa” genoemd. Vooral het moestuintje, met bananen, papaja, een citroenboompje en ananas zal ik wel  gaan missen.










Hoe het verder zal gaan na 1 februari gaan Felice en ik dus bedenken, als ze hier in december is; misschien een ander project, misschien terug naar Nederland, maar in ieder geval na een lekkere vakantie hier in Zuidelijk Afrika.

Sinds vorige week heb ik ook een huisgenoot. Via een WhatsApp chatgroep kwam ik in contact met Christiaan die hier, in Malawi, met zijn vrouw, twee jaar als tropenarts gaat werken in een ziekenhuisje in Malosa (35 km van Zomba) Hij krijgt een introductie in het districtsziekenhuis in Zomba, waar ik dichtbij woon. Leuk om wat aanspraak te hebben en wat van de dagelijkse dingen samen te regelen. Christiaans blog


maandag 19 oktober 2015

Nog een gewone dag.



Vorig jaar heb ik al eens beschreven hoe mijn dag eruit ziet, maar iemand vroeg om dat nog eens te doen en omdat er toch wel een en ander veranderd is, nog maar eens een gewone dag. 

Het begint hier vroeg. Meestal ben ik om half 6 wakker en tegen 6 uur zit ik aan het ontbijt. Om half 7 uur vertrek ik lopend naar de boomkwekerij. Ik loop ongeveer 20 minuten, het grootste deel over gevangenis terrein. De gevangenen zijn meestal net bezig als ik aan kom. 

We hebben nu al 35.000 zaailingen van inheemse boomsoorten. Ik vind het heel leuk om te kijken hoe het met de kieming staat, even wat te wieden en te bespreken wat er nog gedaan moet worden. Het is hier gewoonte om de boompjes te zaaien in plastic potjes zonder bodem. Dat betekent dat de potjes als de boompjes eenmaal groeien regelmatig opgetild moeten worden om te zorgen dat ze niet doorwortelen. Sommige soorten kunnen beter op een rek van bamboe worden gekweekt omdat ze erg gevoelig zijn voor wortel beschadiging. Die bamboe voor die plantrekken wordt met de hele groep gevangenen in de buurt gekapt. Ik moet daar bij de gemeente een vergunning voor aanvragen (€ 0,25 per boom). Het is wel een leuk gezicht zo’n groep gevangenen het terrein af te zien lopen, met grote kapmessen en twee bewakers met één oud geweer.










De zaailingen van de kwekerij moeten groot genoeg zijn om als het echt regent, in januari, uitgeplant te kunnen worden. Dat gaat lukken, we hebben gepland om bij 4 gevangenissen te planten voor brandhout. We hebben ook soorten die in combinatie met mais geplant kunnen worden. (Agroforestry) Vlinderbloemigen die stikstof vast leggen en ervoor zorgen dat er behoorlijk op de stikstofgift bezuinigt kan worden.

De kwekerij is mijn meest praktische kant van het werk op het ogenblik en ik kom er graag, maar om een uur of 9 is het tijd om naar kantoor te gaan. Email en internet natuurlijk, niet altijd even snel, maar goed. Daar schrijf ik ook rapportjes, aanvragen, hou de financiën bij etc. Overleg met mijn baas of het Forestry department hoort er ook bij. Natuurlijk moeten er ook soms gereedschap of materiaal gekocht worden. 
Mijn prikbord, met kaarten uit Nederland

Dinsdags ga ik, tussen de middag, een uurtje helpen met de tuinclub van Sir Harry Johnston International School. Een naschoolse activiteit met een leuk groepje van een kind of 8. Woensdagmiddag is tijd voor sport, maar ik gebruik de tijd om boodschappen te doen. Bij de school is ook een zwembad waar ik vaak in het weekend kom.

Tussen 4 en half 5 naar huis en dan een beetje in de tuin werken, wat water geven, alvast wat oogsten voor het eten. Om een uur of 5 komt John de nachtwaker, die kookt vaak eerst zijn eigen potje en dan is het tijd om Bao te spelen en een pilsje (Carlsberg) te drinken op de veranda. John verbaasd zich er nog steeds over dat het bij maar één flesje blijft. Om 6 uur is het donker en ga ik naar binnen om te koken en naar het  BBC nieuws te luisteren.

’s Avonds even contact met het thuisfront via Skype en dan een film of een tv serie op dvd. Zonder internet en laptop zou het hier een stuk moeilijker zijn. Rond een uur of 10 wordt het tijd voor een douche en een goede nachtrust.


maandag 28 september 2015

De ‘clocktower’.




Vanaf het boomkwekerijtje, waar ik nu iedere dag kom, heb ik zicht op een toren met een klok, de ‘clocktower’. De klok staat stil, maar de toren is een monument dat verder goed wordt bijgehouden. Het is ter nagedachtenis aan Malawische soldaten, gevallen in de Eerste Wereldoorlog. Mijn kwekerij ligt tussen een grote kazerne en militair wooncomplex en de gevangenis Zomba Central, beide gebouwd in 1911. Het is eigenlijk vreemd dat het bewaken van burger gevangenen in handen van een militaire organisatie is, maar dat heeft zijn wortels in het Engelse koloniale systeem. Malawi was een protectoraat, dat toen nog Nyassaland heette en militairen waren zeer nauw betrokken bij het landelijk bestuur. Onder andere inden ze belasting, bouwden wegen en waren verantwoordelijk voor de gezondheidszorg en de rechtspraak.

Het leger van Malawi is ontstaan uit een groep missionarissen en handelslui die in 1888 zich gewapend verzetten tegen de slavenhandel van de Portugezen uit Mozambique. Bij Karonga in het Noorden van Nyassaland, is een flinke slag geleverd. Dit ongeregelde groepje vechtersbazen werd in 1891 een koloniaal leger met als eerste beroepsmilitairen 150 Indiase Sikhs uit de Brittish Central African Rifles. In 1902 werd dit leger de King’s African Rifles in het Brits protectoraat Nyassaland. De invloed van de Indiase militairen is nog in het Chichewa te vinden in woorden die dagelijks worden gebruikt. Veel gebruikte woorden als galimoto (auto), basi (genoeg), chai (thee) zijn daar voorbeelden van.
Malawische soldaten hebben in de loop der tijd in veel delen van Afrika gevochten (Mauritius, Gambia, Ghana, Uganda, Kenya) ook onder heel moeilijke omstandigheden, zeker in WO I. Onder veteranen uit beide wereldoorlogen werd over WO II gesproken als “the war with tea”. De fouragering was toen kennelijk een stuk beter. Malawiërs vochten ook mee in Oost Afrika tegen het Duitse Koloniale leger in wat toen Tanganyika heette. Een flink deel van de gesneuvelden stierven niet aan verwondingen, maar aan tropische ziektes en ander ontberingen.
De moraal en de moed van de Malawische troepen was beroemd. Een compagnie van 100 Malawiërs wist in juli 1940 een overmacht van 3.000 Italiaanse soldaten in Moyale (Noord Kenya) tegen te houden. Een prestatie zeker als je weet dat veel Malawiërs dienstplichtig waren en geen beroepsmilitair. Ze vochten in WO II ook in Ethiopië, Djibouti, Somalië, op Madagaskar en aan het eind van de oorlog tegen de Japanners in Burma.


In een kamer vlak naast mijn huis woont een Malawische soldaat. We kwamen aan de praat omdat hij weleens op de fiets door mijn tuin komt. Hij wil graag uitgezonden naar Zuid Soedan. Veel Afrikaanse troepen worden ingezet bij vredes missies van de VN in andere Derde Wereld landen. Het Westen betaalt flink mee aan zulke missies en hoeft, in ruil voor die financiële steun, minder troepen te leveren. De sneuvelbereidheid van Westerse troepen voor de internationale rechtsorde is niet bijzonder groot. De Afrikaanse soldaten komen graag in aanmerking voor de VN toelages, maar aan deze vorm van Zuid-Zuid hulp kleven ook weer andere bezwaren. Nepalese VN troepen werden genoemd als mogelijke mede veroorzakers aan een cholera uitbraak in Haïti.
King's African Rifles in 1916