donderdag 2 oktober 2014

Boomkwekerij.

Hier moet de kwekerij komen.
De beste tijd om een boom te planten is 20 jaar geleden, de één na beste tijd is vandaag.
Na het tuinieren met jongeren heb nog een oude werkervaring in praktijk kunnen brengen. We zijn begonnen met een kleine boomkwekerij om in het regenseizoen verschillende gevangenissen van plantmateriaal te kunnen voorzien. Het gebruik van brandhout in de gevangeniskeukens is groot en ondanks een project van de EU om de keukens te elektrificeren, zal dat nog wel even zo blijven. De elektrische kookpotten gaan nogal eens stuk en de stroomvoorziening is niet altijd even betrouwbaar.

Er is ook veel land dat niet gebruikt wordt en in oude rapporten werd herbebossing al aanbevolen, maar was nog niet van de grond gekomen. Ik heb ook erg moeten pushen om alles op tijd rond te krijgen want er moet in het regenseizoen geplant worden en dat begint in december zonder zich iets van het financiële jaar aan te trekken.

Het is goed dat de controle op de financiën van ontwikkelingsprojecten intensief is, maar soms heb je daar ook last van. Ik ben in februari gekomen en het financiële jaar van DFID loopt af in maart. Omdat er dus geen vrijwilliger was om projecten op te starten was het grootste deel van het geld niet uitgegeven en moest worden teruggestort. Er wordt nu, voor het project in de gevangenissen, onderhandeld met een nieuwe donor, dat ziet er gunstig uit, maar het geld wordt niet eerder dan januari verwacht. Tot die tijd moeten projecten dus uit het lopende budget van VSO worden betaald. Je praat dan over een veel kleinere schaal dan de gevangenistuinen in heel Malawi.











Vanuit het VSO kantoor in Lilongwe is mij toegezegd dat ik in ieder geval met de boomkwekerij kan beginnen zodat we daar niet een achterstand van een heel jaar oplopen. Een beetje tijdsdruk zat er dus wel achter. Na wat gesprekken met bosbouwdeskundigen van LEAD en Forestry Research Institute of Malawi, kon ik een project voorstel schrijven. We planten een proef van 2 ha in 2 gevangenissen in de buurt. Daarvoor komt een kwekerijtje bij de grote gevangenis in Zomba, omdat die dicht bij de weg ligt. Later kan er dan opgeschaald worden en kunnen meer projecten van plantmateriaal voorzien worden. Na overleg met de Officer in Charge en zijn deputee konden we een stuk grond uitzoeken in de buurt van water. Dat werd geëgaliseerd door gevangenen en deze week konden we beginnen.










Het District Forestry Office stuurde een voorlichtster om de zaak te begeleiden en de gevangenen en bewakers te instrueren. Die kennismaking was een zeer positieve ervaring. Mary Ngwira is klein en tenger, maar ze had heel snel de zaak op de rails. Er werd even gebeld om een andere bijeenkomst te verzetten, er werd een collega ontboden en we konden direct beginnen. Ze had een zeer positieve uitstraling, was zeer vakkundig en was niet bang zelf de handen vuil te maken. Binnen de kortste keren waren er 5 gevangenen plantpotjes aan het vullen en werden er bedden gemaakt. De zaden zijn nu ook binnen en er kan gezaaid worden. Voorlopig beginnen we met twee lokale boomsoorten en wat andere, snel groeiende soorten worden later op zaaibedden gezaaid. Eén soort kan pas in het regenseizoen gezaaid moeten worden en zal dus een jaar in de kwekerij blijven. Zelf ben ik blij dat we dit nog op tijd hebben kunnen beginnen en ik krijg van veel kanten positieve reacties dus ik hoop dat het project letterlijk in goede aarde valt. 

Wel zal een geliefde uitdrukking van mijn vader van toepassing zijn: Boompje groot, plantertje dood.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten